In een interim opdracht begeleidde ik een team in het laatste jaar van hun bestaan. De inhoudelijke opgave liep nog, maar de afspraak was helder: dit team zou stoppen.
Mijn opdracht was ogenschijnlijk duidelijk — zorg voor een goede afronding en een zorgvuldige overdracht. Op papier overzichtelijk maar in de praktijk gebeurde er iets anders.
Er zat trots, vakmanschap en betrokkenheid in wat het team had opgebouwd.
En precies dat maakte afronden ingewikkeld. Werk werd vastgehouden, nieuwe acties werden nog opgepakt en afronden schoof steeds iets vooruit.
Niet uit onwil, maar omdat loslaten iets anders vraagt dan doorgaan.
Toen extra planningen en overdrachtslijsten weinig veranderden, heb ik bewust een andere interventie gekozen. We zijn niet begonnen bij taken. Maar bij het thema dat eronder lag: eindigheid.
Tijdens een reflectiedag nodigde ik het team uit om eerst te onderzoeken hoe zij persoonlijk omgaan met afscheid en afronding.
Waar kennen ze eindigheid uit hun eigen leven?
Wat helpt om iets echt af te sluiten?
Wat maakt dat je vasthoudt?
Dat gesprek maakte zichtbaar wat in de samenwerking meespeelde. Pas daarna maakten we de vertaling naar het werk:
Wat betekent professioneel afronden hier concreet?
Wat rond je echt af — en wat laat je los?
Wat draag je bewust over?
Vanaf dat moment ontstond er beweging: heldere keuzes, duidelijke afspraken, minder terugval in oud gedrag.
Voor mij is dat de kern van dit soort opdrachten:
je kunt het proces organiseren, maar zonder aandacht voor wat het mensen kost om iets los te laten, blijft het half werk.
Sta jij met een team aan het einde van een fase, project of verandering?
En merk je dat afronden stroef gaat of energie blijft hangen?
Ik denk graag met je mee over hoe je dat professioneel begeleidt.
